Bij het spoor (2)

Het is nu bijna een jaar geleden dat De Schrijver Antoni trof in de tunnel op het station. De gebeurtenis staat als een hoekige en onontcijferbare hixebroglyfe in zijn geheugen gebeiteld.

Na het zwijgen was er niet veel noemenswaardigs meer gebeurd tussen de twee individuen die stiekem een Twee-Eenheid waren. De ongemakkelijke stilte eindigde met een sisser; Antoni wendde zich af van De Schrijver en was begonnen tegen de muur van de tunnel te pissen. De Schrijver walgde ervan, voelde zich diep beledigd, wist zich nu helemaal geen houding meer te geven, besloot daarom maar door te lopen naar het perron. Zijn gedachten waren al snel weer van onderwerp veranderd: stond zijn fiets wel op slot? De conclusie luidde ‘ja’.

Er is nu bijna een jaar verstreken en De Schrijver zit op zijn kamer wijn te drinken. Soms denkt hij terug aan de tijd dat hij nog aan Antoni dacht, zo ook nu hij wijn drinkt. De vele geluiden, de gevoelens, de verhalen, de gedachten… Alles resoneerde nog en niets dat het kon stoppen, zelfs wijn niet. Maar De Schrijver was verder gegaan en Antoni was blijven steken. Sterker nog: Antoni was een landloper die in tunnels van stations pist geworden. De Schrijver voelt zich neerslachtig, dat is zeker. Het gevoel deed hem denken aan de tijd dat Antoni nog wel dicht bij hem stond. Zijn denken maakte hem aan het twijfelen. Staat Antoni nog echt wel in die tunnel tegen de muur te pissen? Dat is helemaal niet zeker. Weer een bezoek brengen? Een email sturen? Alles kan en niets kan kwaad. Toch?

Het Geluid van 2010

De traditie zet zich voort. Ik presenteer u een van de eerste geluiden van dit jaar. En bovendien is het een van de eerste geluiden van de jaren ’10 van deze eeuw. Verwar de jaren ’10 trouwens niet met ‘het tweede decennium van de eenentwintigste eeuw’, want dat begint in 2011 pas. Zo, weer een misverstand uit de wereld.

Klik hier

Bij het spoor

De Schrijver liep van zijn fiets naar het perron. Flink slot erom, want je weet maar nooit. En koud dat het er was! Onderaan de trappen van de voetgangerstunnel zag Hij hem al staan. Prominent middenin de tunnel, gezicht naar trap gewend. Hij droeg een pet. Wilde hij niet worden herkend?

De Schrijver stond stil op de onderste tree, stond vlak voor Antoni. De twee keken elkaar aan, verder niemand om hen heen, enkel windvlagen door de tunnel. De Schrijver zag maar nauwelijks de ogen van Antoni onder de pet.
"Hoe gaat het?" vroeg Hij.
"Dat weet je best", kwam het antwoord.
Weer een ongestoorde stilte in de tunnel.
"Het spijt me, Antoni."
"Wat spijt je?"
"Dat je hier bent, in een tunnel onder het spoor, tussen lelijke graffiti’s en de geur van urine."
"Het geeft niet, jij bent er ook."
De Schrijver deed een stap, stapte van de laatste trede.
"Ik ben er ook."
Samen stonden ze in de voetgangerstunnel en ze zeiden niet veel meer.

Zo klinkt 2009

Het weblog mag dan enigszins dood lijken – al noem ik het liever een comateuze toestand – dat neemt niet weg dat tradities in stand gehouden dienen te worden. Daarom ook op deze eerste januari het geluid van het nieuwe jaar.

Klik daarvoor hier. Voor het geluid van 2008 klikt u hier, voor dat van 2007 hier en voor het geluid van 2006 hier.

Onvoorwaardelijk

Ik hou van je
Verliefdheid is overgeslagen
En ik hou van je
Ondanks dat

Een verliefd stel op tv
Beweert stellig dat hun liefde
Onvoorwaardelijk is
Ik weet beter

Voorwaarde: verliefdheid

Ik hou van je
Ondanks dat

Een moeder en dochter
Beweren stellig dat hun liefde
Onvoorwaardelijk is
Ik weet beter

Voorwaarde: familie

En ik hou van je
Ondanks dat
Verliefdheid is overgeslagen

Liefde over wint alles

Hier spreekt de Schrijver weer. Enkele weken terug meldde ik dat Antoni was overleden. Dat klopte, hij stierf. Ondanks dat trof ik op de harde schijf van mijn pc een gedicht aan van zijn hand. Geschreven op 25 oktober 2008, weken na zijn dood. Blijkbaar is de dood geen belemmering als het om liefde gaat. Liefde overwint zelfs het meest hardnekkige verschijnsel dat bestaat op deze wereld: vergankelijkheid. Tijd en ruimte worden op willekeurige manieren doorkruist, alsof de liefde zich niets aantrekt van natuurwetten die onzinnige regeltjes lijken, kijkende door een roze bril. Antoni is herrezen, of hij spreekt tot ons vanuit het hiernamaals. Hoe dan ook is zijn verschijning in de vorm van poxebzie en wellicht proza ‘levend en schoppende’. Lees hier zijn eerste gedicht in deze bestaansfase.

De Schrijver spreekt

Hier spreekt de Schrijver. Antoni is overleden. Hij is van ons heengegaan ergens tussen 17 juli en 19 september 2008. Men geeft mij de schuld van zijn overlijden. Ik had de macht, ik had de keuzen, denkt men. Dit zou mijn besluit zijn of anders zijn besluit. In het laatste geval zou het zelfmoord geweest zijn.

Antoni is overleden. Het is allemaal genoeg geweest, dat gelukkig wel. Hij hield het slechts tweexebnhalf jaar vol, toen werd het hem te veel.

Ik ben nu los van Antoni. Eindelijk een afscheid, eindelijk de stap tot meer zelfontplooiing via andere wegen. Mijn anonimiteit zal een schim uit het verleden zijn. Antoni staat niet meer in de weg, hoe respectloos dat ook mag klinken. Ik ga mijn eigen weg.

Ik beheer Antoni’s email en dit weblog, ik zal een toeziend oog blijven. Reacties zijn nog altijd welkom, al ben ik onzeker over enige verdere communicatie.

Borden van papier

We hadden iets kostbaars, dat wisten we. Ik pakte het aan, korrels vielen op de grond. Vlug raapte ik alles bij elkaar, terug in het theezakje. Een wondermiddel, werkte tegen alles, maar vooral tegen kanker. Niemand wist van het bestaan, op een anonieme enkeling na. Voor die personen moest het verborgen worden. Waar kon ik het het beste kwijt? Ik overwoog alles. Ik struinde door de vochtige kelder, maar bedacht me dat de vijand verdiepingen lager zat. De slijmerige, duistere vijand. Als ratten.

Aan de bar. We praatten. Je vroeg me waar ik het medicijn verstopt had. Ik wist het niet meer. Lachte om mijn vergeetachtigheid. Heel diep dacht ik na, want ik wist dat ik het me zou herinneren. Niet in de kelder. Op zolder misschien? Ik wist het niet. Wat ik wel wist – na met jou gedachten gewisseld te hebben – was dat de beste verstopplek het doosje met thee was. Daarin valt een theezakje met thee-achtige inhoud immers niet op. We lachten. Dat we daar niet eerder aan gedacht hadden.

De voordeur stond open. Was ik hem vergeten dicht te doen? Misschien mijn vader. Het tochtte. Buiten klonk harde muziek. Dat is erg vervelend als je een inbreker vermoedt. Het zal toch niet zo zijn?

Dan iets met papieren borden. Het was druk, de hele familie over de vloer en we kwamen borden te kort. Ik vond borden. Naast de normale borden staken de papieren armoedig af.

Uiteindelijk hadden we hem, de inbreker. Hij werd niet al te vriendelijk behandeld.

Ontwaken

Op een ochtend – zon door tentzeil – werd ik wakker door haar stem. Zij was de eerste die ik hoorde. Het eerste moment.

Diezelfde ochtend – het openritsen van mijn compartiment – werd mijn blik gevuld door heel haar lichaam. Het tweede moment.

Niet veel later (een seconde wellicht) – een vriendelijk goedemorgen – werden mijn ogen tot de hare gewend. Het derde moment.

Tegelijkertijd (alsof alles samenviel) – een glimlach en de glinstering in het groen van haar ogen – werd ik wederom betoverd. Het vierde moment, het moment dat heel even eeuwig leek te duren.

Wat je denkt

Ik zeg: "Ik zou een relatie met jou niet volhouden."
En denk daarna: "En ben nota bene verliefd op je geweest."
Ik zeg: "Je praat veel over jezelf en daar kan ik in een relatie niet goed tegen."
En denk daarna: "Die eigenschap viel me in de wolk van verliefdheid nooit op."
Ik zeg: "Maar ik vind je niet arrogant."
En denk daarna: "Misschien ben je het wel, maar wil ik het niet zien."

Ik zeg: "Volgens mij wil hij meer dan alleen vriendschap."
En denk daarna: "Projecteer ik mezelf op hem? Dus toch."

Tussendoor lach je en later zeg je: "Ik vond het grappig toen je zei dat je gek van me zou worden als we iets zouden hebben."
Daarna zeg ik: "Hoezo? Een compliment is het niet."
Je zegt: "Nou en?"
En wat je denkt weet ik niet.